Ouders en leerkrachten

Kinderen en wreedheid
een uitleg over dierenmishandeling

Van katten tot kanaries, van Dobermans tot dwergpoedels, onze huisdieren lijken vaak te weten hoe we ons voelen. Ze troosten ons als we pijn hebben en ze maken ons weer blij als we verdriet hebben. Ze delen onze vreugde en ze staan pal aan onze zijde als het even wat minder gaat.

Maar soms, zijn er mensen die gemeen tegen dieren zijn. En hoe leg je zoiets aan een kind uit?
Wat is de Invloed van Dierenmishandeling?

Zoals Mahatma Gandhi ooit zei: “De grootheid van een land en zijn morele vooruitgang kunnen worden gemeten aan de wijze waarop men de dieren behandelt.”

Net als wij, voelen dieren pijn en angst, maar vaak zijn ze hulpeloze slachtoffers omdat ze niet kunnen zeggen wat er is gebeurd. Dit is zelfs de reden dat sommige mensen ervoor kiezen om wel dieren te mishandelen maar geen mensen! Als we een menselijke maatschappij willen creëren dan zullen we elke vorm van wreedheid tegen hen die het meest kwetsbaar zijn, moeten stoppen.

Dierenmishandeling is meer dan het toebrengen van pijn en angst aan levende wezens met gevoel. Net als de dood van de kanaries in de kolenmijnen een waarschuwing was, zo kan geweld gericht tegen dieren ook een duidelijk signaal zijn dat mensen in gevaar zijn. Iemand die dieren mishandelt kan serieuze psychologische problemen hebben. Onderzoek heeft aangewezen dat vele, voor gewelddadige misdaden veroordeelde mensen, een verleden van dierenmishandeling hadden. Jeffrey Dahmer, Ted Bundy, David “Son of Sam” Berkowitz en Albert “Boston Strangler” DeSalvo hebben allemaal dieren mishandeld voordat ze begonnen met het pijn doen van mensen.

Niet alleen bij volwassenen kan wreedheid tegen dieren een signaal van diepere problemen zijn. Vele moordlustige kinderen en tieners – zoals Eric Harris en Dylan Klebold van de Columbine High School – hebben in het verleden ook al dieren mishandeld.

Dieren die in gezinnen leven waar huiselijk geweld aan de orde is, worden zelf ook vaak het slachtoffer van dit huiselijk geweld. Een onderzoek wees uit dat in 88% van de gezinnen waar kinderen werden mishandeld, de huisdieren ook werden mishandeld. Volgens een ander onderzoek bleek dat in 83% van de gezinnen waar een huisdier werd mishandeld, de kinderen in dat gezin een heel groot risico liepen op mishandeling of verwaarlozing. En alhoewel het meestal de ouders zijn die verantwoordelijk zijn voor de dierenmishandeling, maakt een kwart van de mishandelde kinderen zich ook schuldig aan dierenmishandeling.

Wat kun je er tegen doen?

“Dierenmishandeling is een landelijk probleem,” zegt Annemarie Lucas, speciaal onderzoekster bij de ASPCA (The American Society for the Prevention of Cruelty to Animals). “Dierenmishandeling kent geen raciale of sociaal-economische grenzen, het komt overal voor, van kust tot kust.”

Het maakt niet uit waar je woont, er is veel wat je kunt doen om dierenmishandeling te stoppen.

Een van de meest krachtige manieren om dierenmishandeling te voorkomen, is opvoeden en informeren. Het is van groot belang om al op jonge leeftijd vriendelijkheid in kinderen aan te moedigen en om hun ontwikkeling op het gebied van vriendelijkheid te koesteren naarmate het kind opgroeit. Kinderen moeten niet alleen leren wat ze niet mogen doen, maar juist ook wat ze wel kunnen en mogen doen. Als een kind ziet dat zijn/haar huisdier een blij en liefdevol wezen is, zal het kind zich hierdoor ook goed voelen. En dit zal er weer voor zorgen dat het kind zal geven om de gevoelens van het huisdier.

Maar omdat ook volwassenen zich niet altijd realiseren dat ze wreed zijn, hebben volwassen ook educatie nodig. Als U geen onderwijzer bent, dan kunt U de plaatselijke scholen verzoeken om “humane omgang met dieren”in hun lespakket op te nemen. Als U wel een onderwijzer bent, neemt U dit onderwerp dan op in Uw lespakket. Er zijn vele manieren waarop U hiermee geholpen kunt worden. Vraag bijvoorbeeld Uw landelijke dierenbeschermings organisatie, het plaatselijke asiel of de dierenarts, om voorlichtingsmateriaal, video’s of om een spreekbeurt te komen houden

Ieder kind is uniek, en volwassenen moeten zeer voorzichtig en doordacht te werk gaan als ze dierenmishandeling met kinderen bespreken. In zijn algemeenheid kun je het thema mishandeling beter niet bespreken met kinderen onder de 4 jaar. 2-jarigen kun je beginnen te leren dat hun daden, anderen – inclusief huisdieren – verdrietig of juist blij maken. Met 2- en 3- jarigen kun je hun eigen ervaringen bespreken en vragen hoe het zou voelen als zij net zo zouden worden behandeld als zij hun huisdier behandelen. Help kinderen juist die dingen te begrijpen waar ze blij van worden en niet alleen die dingen die ze verdrietig maken.

Kinderen onder de 6, zou je kunnen begeleiden bij het aaien van hun huisdieren, door hun hand vast te houden en te laten zien wat een dier prettig vindt. Kinderen hebben nog niet de controle over hun fijne motoriek of hun impulsen – ze willen hun dier liefdevol benaderen en behandelen maar hebben nog een beetje hulp nodig om het op de juiste manier te doen.

Kinderen tussen de 4 en de 6 jaar beginnen langzaam de basale morele concepten zoals “eerlijkheid” te begrijpen. Deze kinderen kan dus geleerd worden dat ze lief voor dieren moeten zijn omdat de dieren dit “verdienen”. Kinderen kunnen mogelijk hun eigen opgelopen “verwondingen” bespreken maar begin geen gesprek over door anderen opgelopen schade. Probeer dierenmishandeling te bespreken op een eenvoudig niveau zoals bijvoorbeeld door te vertellen dat dieren ook pijn voelen; ga niet vertellen hoe dieren soms pijn lijden door mishandeling of uithongering.

Met de meeste kinderen tussen de 6 en 10 jaar oud kun je beginnen met het bespreken dat sommige mensen soms gemeen zijn tegen dieren – zolang je er maar voor zorgt dat het kind heel goed weet dat het verkeerd is om dieren pijn te doen. Let op dat je kind een gesprek over dierenmishandeling niet gebruikt om zijn soms morbide nieuwsgierigheid, zoals sommige kinderen op deze leeftijd kunnen hebben, te bevredigen. Op deze leeftijd zullen kinderen veelal hun eerste indrukken en gedachten vormen over de wereld die zich buiten hun eigen directe omgeving afspeelt. Het is dus zeer belangrijk dat ouders in de gaten houden en “filteren”wat kinderen op deze leeftijd zien en beleven. Als ze getuige zijn van bijvoorbeeld geweld, zelfs als ze weten dat geweld niet de manier is om met anderen om te gaan, kunnen ze hier behoorlijk door beschadigd raken.

Veel kinderen tussen de 10 en 14 jaar oud onderzoeken hun zelfbeeld en zullen hun relatie tot anderen onder de loep nemen. Onderzoek wijst uit dat kinderen op deze leeftijd nog altijd erg beschadigd kunnen raken door geweld zodat op deze leeftijd, de gesprekken over dierenmishandeling, niet over de details van de dierenmishandeling mogen gaan. Maar over het algemeen kan het onderwerp dierenmishandeling rechtstreeks met deze kinderen worden besproken, mits voorzichtig gebracht. Volwassenen zullen duidelijk moeten maken dat geweld, in zowel gedachte als gedrag, niet wordt getolereerd. Kinderen van deze leeftijd zijn nog erg gevoelig voor de woorden en daden van volwassenen en de volwassen hebben nog steeds een voorbeeldfunctie.

Ouders, onderwijzers en andere volwassen met wie de kinderen een vertrouwensband hebben, kunnen met 10- tot 14-jarigen bespreken wat zij zouden doen als bijvoorbeeld een vriendje of vriendinnetje van hen dieren zou mishandelen. Door te vertellen wat jij zou doen in zo’n situatie kun je de kinderen helpen met dat te doen waarvan ze weten dat het juist is en om niet onder de “groepsdruk” te bezwijken. Deze kinderen kunnen mogelijk geconfronteerd worden met anderen die dieren mishandelen – en weten dat ze in hun recht staan en gesteund zullen worden in hun poging voor het dier op te komen, is voor kinderen van deze leeftijd die met “groepsdruk” te maken hebben, uitermate belangrijk.

En nogmaals, met alle kinderen…ook de al wat oudere tieners, onthoudt hoe belangrijk het is om goed voorbeeldgedrag te laten zien. Onze kinderen doen ons na, al zullen ze dit niet altijd toe willen geven. Als wij dieren mishandelen, of als gevoelloze machines behandelen, dan zullen onze kinderen dit gedrag overnemen, denkend dat dit gedrag goed en normaal is. Hoe meer een kind zich met een volwassene identificeert, hoe groter de invloed van die persoon op dat kind zal zijn…goed en slecht.

Kinderen die een geval van dierenmishandeling meemaken, zouden dit aan een volwassene moeten kunnen vertellen. Zorg ervoor dat kinderen een volwassene kennen, die ze in vertrouwen durven nemen – bijvoorbeeld een ouder, onderwijzer, politie agent, volwassen familielid – en wees zuinig en voorzichtig met dit vertrouwen zodat het kind altijd een plaats heeft om naar toe te gaan en te praten.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen van de website van de ASPCA

www.aspca.org